Jacht en wildbeheer

Wildbeheer

Jacht lijkt in eerste instantie in schril contrast te staan met dierenwelzijn, aangezien bij het jagen dieren gedood worden. Toch heeft jacht t.b.v. wildbeheer een nuttige functie voor de natuur. Er dient echter een verschil gemaakt te worden tussen legale en nuttige jacht en illegale stroperij.

Wildbeheereenheden 

Jagers groeperen zich binnen specifieke wildbeheereenheden. In Vlaanderen zijn ongeveer 180 wildbeheereenheden (WBE’s) actief. Op het grondgebied van Heist-op-den-Berg liggen vier WBE’s: WBE Berg en Dal, WBE Zuiderkempen, WBE Nete en Wimp en WBE Pitsemburg.

Om actief te zijn op het terrein dienen WBE's jaarlijks een jachtplan in te dienen. Hierop staan de percelen ingegeven dewelke deel uitmaken van hun jachtterrein. Het is mogelijk dat je perceel deel uitmaakt van zo een jachtterrein. Je kan dit raadplegen op www.geopunt.be via de kaart Natuur en milieu > Jacht > Jachtterreinen. Ook via de website van de Hubertus Vereniging Vlaanderen zijn de jachtplannen voor Heist-op-den-Berg raadpleegbaar. 

Hoe kan ik mijn perceel in- of uitkleuren uit jachtgebied?

Indien je perceel deel uitmaakt van een jachtterrein en je wenst dit te laten uitkleuren raden wij aan contact op te nemen met de WBE die actief is op dat terrein en te vragen dit te laten uitkleuren. Ook andersom kan dit. Als je jouw terrein ter beschikking wenst te stellen voor de jacht, kan je hiervoor eveneens bij de WBE terecht. Ook kan je via de arrondissementscommissaris van de Provincie Antwerpen de procedure inzetten tot wijziging van het jachtplan. Meer info hierover vind je via de gouverneur of Agentschap voor Natuur en Bos

Wat houdt jacht precies in? 

De jachtwetgeving

De jacht in Vlaanderen is streng gereglementeerd in het kader van het duurzaam gebruik van soorten en hun leefgebied. Het wetgevend kader waarbinnen de jacht kan opereren staat vastgelegd in het "jachtdecreet". Daarin staan o.a. de openingstijden, de periode waarin bepaalde soorten beheerd mogen worden strikt vastgelegd. 

Het Jachtdecreet beoogt “het verstandig gebruik van wildsoorten en hun leefgebieden.” In dit opzicht is jacht en wildbeheer meer dan het schieten van bepaalde dieren.

Jagers streven een gezonde wildstand na waaruit zij elk jaar een aantal stuks kunnen schieten. Hoeveel er geschoten kan worden hangt af van de populatiegrootte, die ook continu wordt gemonitord. Men tracht altijd de populatie op een gezond niveau te houden. Het Agentschap voor Natuur en Bos legt de WBE ook specifieke aantallen op en men is verplicht om ook een aantal gegevens (bio-indicatoren) door te geven voor onderzoek om te bekijken of de populaties gezond zijn. Deze gegevens worden door het INBO (Intstituut voor Natuur en BosOnderzoek) geanalyseerd.

Welke soorten worden zoal bejaagd?

Vooral voor de soorten die door de intensivering van de landbouw onder druk staan (vb. haas, fazant, patrijs) nemen jagers maatregelen om de populatie op te krikken. Men spreekt in deze context over “wildbeheer”. Er zijn verschillende soorten die actief worden bejaagd op het grondgebied van onze gemeente. Het betreft o.a.: ree, haas, fazant, wilde eend, grauwe gans, Canadese gans, konijn, houtduif en vos. Aangezien heel wat soorten ook overlast en schade veroorzaken voor de landbouw worden ook volgende soorten bejaagd ter voorkoming van de schade: nijlgans, wasbeer(hond), zwarte kraai, ekster en kauw.

Jacht, dierenwelzijn en biodiversiteit hand in hand

Jagers zorgen echter niet alleen voor het beschieten van wild. Ze nemen ook positieve maatregelen die bevorderlijk zijn voor het welzijn van bepaalde soorten en de biodiversiteit. Enkele voorbeelden zijn:

  • Het aanplanten van fauna-akkers, waarbij percelen of perceelranden ingezaaid worden met een mengsel van kruiden en wilde bloemen om reeën, hazen, fazanten en patrijzen te voorzien van dekking, voedsel en broedgebied (foto's).
  • Aanplanten van heggen tussen landbouwpercelen (foto). Soorten als fazant en patrijs broeden graag langs een heg of houtkant. Ze vinden er beschutting voor de elementen en zijn minder zichtbaar voor luchtpredatoren als zwarte kraai en havik.
  • Aanleggen en onderhouden van poelen (foto). Wild is net als alle andere dieren afhankelijk van water. Het aanleggen van poelen helpt in de steeds vaker voorkomende periodes van droogte om deze barre tijden te overbruggen.
  • Aankoop van bos (foto). Wild heeft dekking en rust nodig. Bossen bieden daarbij een welgekomen toevluchtsoord. Aangezien openbare bossen onder druk staan, kopen jagers met eigen middelen privébos aan als kweek- en foerageergebied voor het wild. Het gemeentebestuur verleent daarvoor in de meeste gevallen de toestemming.
  • Predatiecontrole. Kwetsbare soorten als patrijs, fazant, kievit, wulp, grutto, … hebben te kampen met nestroof door vos en zwarte kraai. Door een aantal vossen en kraaien te schieten, vermindert de predatiedruk op deze soorten.
  • Vermijden van maaislachtoffers door percelen te controleren met drone (foto). WBE Zuiderkempen investeerde recent in een drone met warmtebeeldcamera om reekitsen, hazen, fazanten- en patrijzennesten, … op te sporen op percelen die gemaaid worden. Door de dieren voor het maaien te verjagen of de nesten te markeren, worden maaislachtoffers vermeden.
  • Observatie en tellingen (foto). Om een duurzaam afschot te doen voeren jagers regelmatig tellingen uit. Vooral hazen en reeën worden geteld vlak voor het jachtseizoen zodat men weet hoeveel stuks er geschoten kunnen worden zonder de populatie pijn te doen. Op die manier blijft de populatie op een duurzaam peil.

Jagers nemen bovenstaande maatregelen in de eerste plaats om de bejaagbare wildsoorten op te krikken. Soorten die niet als jachtwild bekend staan, of waarvoor de jagers kiezen om ze niet te bejagen, profiteren mee van deze maatregelen. Bijen, kikkers, padden, salamanders, vinken, putters, sijzen, hazelwormen, … al deze soorten vinden eveneens hun habitat in de kleine landschapselementen die jagers aanleggen. Dat is een win-win en komt de biodiversiteit alleen maar ten goede!  

Veel gestelde vragen (FAQ's)

1. Hoe kan je jager worden?

Het bekomen van een Vlaams jachtverlof, zeg maar een vergunning om te jagen en jachtwapens te mogen bezitten, is een traject dat minimaal 8 maanden duurt. Men moet zowel slagen voor een theoretisch als praktisch examen.

Het theoretisch examen in april bestaat uit drie onderdelen:

  • Wetgeving
  • Fauna
  • Wapens en munitie

Men moet voor elk onderdeel slagen en globaal minstens 60 %, oftewel 36 op 60 halen. Na het slagen voor het theoretisch examen, mag men door naar de drie praktische proeven in augustus:

  • Veiligheid (het belangrijkste!)
  • Hagelschieten
  • Kogelschieten

Ook hier bestaat het examen uit 60 punten. Voor veiligheid moet men minstens 12 op 20 halen. Bij het hagelschieten moet de kandidaat-jager minstens 10 van de 20 clays raken. Voor kogelschieten moet men een groepage van minstens 10 kogels in een cirkel van 10 cm kunnen schieten.

Eens geslaagd voor het examen kan de jager een jachtverlof aanvragen. Elk jaar dient hij/zij daarvoor een attest van goed gedrag en zeden (lees: blanco strafregister) voor te leggen + een document waarin een arts verklaart dat hij/zij medisch en psychisch geschikt is om te jagen.

Meer info over de jachtopleiding kan u terugvinden via het Instituut voor de Jachtopleiding.

2. Worden er ook reeën bejaagd?

Het antwoord daarop is ja. Het Agentschap voor Natuur en Bos legt per Wildbeheereenheid een afschotplan voor reeën op. In het kader van populatiebeheer en het vermijden van verkeersongevallen dienen jagers elk jaar een aantal mannelijke (reebok), vrouwelijke (reegeit) en juvenielen (reekitsen) te schieten.

Van de geschoten exemplaren worden een aantal bio-indicatoren bijgehouden:

  • Onderkaaklengte
  • Leeggewicht
  • Aantal embryo’s (bij reegeiten)

Deze bio-indicatoren worden verwerkt door het INBO (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) en geven de jagers een idee of de populatiekwaliteit (en dus het beheer) in de juiste richting gaat.

Reewild wordt door jagers geteld via observatie en door het plaatsen van wildcamera’s. Afhankelijk van het aantal getelde stuks en de opgelegde doelstellingen van het ANB, wordt het afschot bepaald.

3. Zijn er everzwijnen aanwezig op het grondgebied van onze gemeente? 

Voorlopig niet, al blijven de wildbeheereenheden waakzaam. Om de populatie everzwijnen te controleren, werd het Faunabeheerzone-overleg ingevoerd door het Agentschap voor Natuur en Bos. In dit overleg werken stakeholders aan een consensus per deelgebied hoe men het everzwijn zal beheren. De verschillende stakeholders zijn:

  • Wildbeheereenheden
  • Landbouworganisaties (Boerenbond)
  • Natuurorganisaties (Natuurpunt)
  • Gemeenten
  • Agentschap voor Natuur en Bos
  • Bosbouwers

Aangezien het platteland van Heist-op-den-Berg vooral bestaat uit schadegevoelige landbouwteelten (maïs, prei, bieten, raaigras, asperges, …) en er relatief weinig bosgebied is, wordt de aanwezigheid van everzwijnen gemonitord.

In Heist-op-den-Berg opteerden de WBE’s voor de consensus ‘nulschade’. Dit wil zeggen dat we erkennen dat het everzwijn zijn plaats heeft als onderdeel van onze inheemse natuur maar dat we de landbouw willen ontzien door de populatie zodanig te beheren dat ze geen schade aanbrengen aan cultuurteelten. Dit impliceert ook dat landbouwers maatregelen nemen om hun teelten te beschermen.

4. Hoe gaat het met de patrijs?

Om te mogen jagen op patrijs moeten er minstens 3 koppels per 100 ha open ruimte aanwezig zijn. Door het gestandaardiseerde telprotocol wordt deze drempelwaarde gecontroleerd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek en het Agentschap voor Natuur en Bos.

In Heist-op-den-Berg komt de patrijs nog op verschillende plaatsen voor maar kiezen de Wildbeheereenheden ervoor om de soort niet te bejagen. Dit reeds gedurende 20 jaar.

Ondanks dat patrijs niet bejaagd wordt gaat de soort, net als andere akkervogels, achteruit door verschillende factoren:

  • Afname van het geschikt leefgebied: kleinschalige landbouwpercelen met houtkanten, heggen en gras- en kruidenstroken verdwijnen door vergroting van de percelen
  • Gebruik van pesticiden: patrijzenkuikens overleven op insecten. Door het gebruik van pesticiden zijn er minder insecten in de natuur te vinden en vinden de kuikens geen voedsel. Teelten zoals aardappelen en bieten worden meermaals bespoten. Graan en tarwe worden minder bespoten met gewasbeschermingsmiddelen waardoor patrijzenkuikens er meer voedsel vinden.
  • Predatie: soorten als vos, steenmarter en zwarte kraai nemen in aantallen toe door hun opportunistisch karakter. In het verschraalde landschap vinden zij de nesten gemakkelijker en worden de kuikens of de eieren dus opgegeten.

5. Mag er wild uitgezet worden?

Het antwoord daarop is neen. Het uitzetten van fazanten, of allerhande ander wild, is illegaal en is een praktijk waar jagers uitdrukkelijk afstand van nemen.

De jacht anno 21ste eeuw moet ecologisch verantwoord en duurzaam zijn. Uitgezette dieren vertonen geen instinctief vluchtgedrag en verstoren het ecologisch evenwicht.

6. Hoeveel jagers telt onze gemeente?

Er zijn ongeveer 180 actieve jachtverlofhouders in Heist-op-den-Berg. De eigenlijke grootte van de groep mensen gelieerd met de jacht is echter veel groter: trakkers, veldwachters, sympathisanten, grondeigenaars, landbouwers… helpen mee aan het beheer dat jagers voeren.

De jacht zit als activiteit en levensstijl ook in de lift. Elk jaar nemen meer en meer vrouwen en mannen deel aan het jachtexamen. Het concept van op een duurzame manier vlees te eten en zo veel mogelijk uit de korte keten te halen, overhaalt meer en meer mensen om de jacht te omarmen.

Documenten