Voor zijn executie tijdens de Tweede Wereldoorlog schreef verzetslid Georges Verhaegen uit Heist-op-den-Berg een afscheidsbrief. De brief bestaat uit drie handgeschreven pagina’s. Hij schreef ze net voor zijn fusillade op 19 november 1943 om 7.15 uur.
Georges werd geboren op 14 augustus 1914 in Heist-Goor. Hij was soldaat in het Belgisch leger totdat het ontbonden werd. Nadien nam hij deel aan verschillende acties gericht tegen de Duitse bezetter en tegen collaborateurs. Hij was een van de zeven verzetsleden van het ‘Partizanenkorps 037’ die de bezetter op 23 oktober 1943 arresteerde en op 19 november 1943 in Maria ter Heide executeerde.
Archiefstuk met emotionele waarde
De afscheidsbrief is een authentiek archiefstuk met een grote historische én emotionele waarde. De brief begint met de zeer aangrijpende woorden: “Teerbeminde vrouw en kind…”
Het document toont een zeldzaam persoonlijk perspectief op de oorlogsgeschiedenis en is een belangrijke getuigenis van het lokale oorlogsverleden.
Familie kiest voor bewaring als archiefstuk
Staf Van Loo en Lydie Volkaerts overhandigden op 19 maart het unieke document aan het lokale bestuur. Georges was de nonkel van Lydie Volkaerts.
De schenking benadrukt de historische waarde van het document. Het lokale bestuur hecht veel belang aan het bewaren van waardevol erfgoed en zal met veel respect voor de schenkers zorg dragen voor het unieke archiefstuk.
Achtergrondinformatie - De arrestatie van Georges Verhaegen - verteld door getuigen
Op vrijdag 22 oktober 1943 rond halfnegen 's morgens wordt een dynamiettransport op de baan van Balen (op 6 km van Leopoldsburg) overvallen door acht gewapende partizanen. De groep bestaat uit zeven leden afkomstig van Leuven en Jules Roothooft van Heist-op-den-Berg. Vier ton dynamiet worden buitgemaakt. De partizanen overmeesteren de chauffeur, een begeleider en twee gendarmen en sluiten ze op in de vrachtwagen. Om halftien lossen twee Heistse detachementen van het partizanenkorps 1.025 kilogram dynamiet in kisten in Averbode. De rest brengen ze naar Keerbergen.
Bij hun terugkeer per fiets rond het middaguur, ter hoogte van Blauwberg in Herselt, rijdt een wagen met aan boord zes gewapende Geheime Feldpolizei de groep klem. Partizanen Georges Maris, Jan Van den Brande, Frans Van Overstraeten en Jan Verschueren worden aangehouden. Slechts twee partizanen ontsnappen. Niet alle aangehouden personen kunnen de zware mishandelingen tijdens de ondervragingen aan en praten. De volgende dag worden vier andere leden van compagnie 'De Zwaan' gearresteerd: Henri Versluys, Jules Roothooft, Jules Wauters en Georges Verhaegen. Alle acht verschijnen ze twee dagen later in Antwerpen voor het Feldkriegsgericht 520.
Omdat ze de verzetsdaden door mishandelingen toegeven hebben, worden zeven onder hen ter dood veroordeeld: 'Wegen Feindbegünstigung und unerlaubten Waffenbesitz, wegen Anstiftung zum Sabotage und zum schweren Raubes zum toten' (wegens hulp aan de vijand, onbevoegd wapenbezit, aanzetten tot sabotage en zware roof) (dossier Nr ST L VI 308/43).
Het gaat om Henri Versluys, Jules Wauters, Jules Roothooft, Georges Verhaegen, Louis Jan Verschueren, Georges Maris en Jan Van den Branden. Zij moeten binnen de 48 uur worden gefusilleerd. Het vonnis wordt echter pas voltrokken op 19 november 1943 op de schietstand van Maria ter Heide. Dat uitstel diende waarschijnlijk om het onderzoek naar de overvalactie door verdere ondervragingen van de partizanen in een stroomversnelling te brengen.
bron : Getuigen + Partizanenkorps 037 (Ward Adriaensens)

