Tenlastename verblijfskosten in woonzorgcentrum

De verblijfskosten in een rusthuis kunnen hoog oplopen. Wanneer de eigen financiële middelen ontoereikend zijn, kunnen bejaarden die niet langer thuis kunnen wonen of die reeds in een rusthuis verblijven, tussenkomst in de kosten vragen aan het OCMW. Na een financieel en sociaal onderzoek kan het OCMW beslissen om bij te dragen in deze kosten.

Deze financiële hulpverlening kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van de onderhoudsplichtige kinderen. De onderhoudsplicht van kinderen t.a.v. hun ouders die verblijven in een rusthuis is een onderdeel van de familiale solidariteit en vindt haar basis in het burgerlijk wetboek.

Deze onderhoudsbijdrage wordt mede bepaald door het werkelijk tekort op de verblijfsfactuur en de eigen inkomsten van het onderhoudsplichtige kind.  Indien er meerdere kinderen zijn, zal het bedrag van terugvordering onder hen verdeeld worden. Dit noemt men het kindsdeel.

Onderhoudsplichtigen kunnen 'billijkheidsredenen' inroepen om op basis van bepaalde feiten en omstandigheden vrijgesteld te worden van deze bijdragen. Als billijkheidsredenen kunnen o.a. de gezondheidstoestand van de onderhoudsplichtige, de slechte relatie of een jarenlange verbreking van contact met de ouders,…aangehaald worden. Het OCMW is niet verplicht rekening te houden met dergelijke billijkheidsredenen.

Wanneer de bejaarde eigendom bezit, heeft het OCMW recht om hierop een hypotheek te nemen. Zo kan deze eigendom niet verkocht worden zonder dat het OCMW de gemaakte kosten hierop kan vorderen.

Het bedrag van terugvordering is beperkt tot hetgeen het OCMW werkelijk betaalde.

Contactinformatie